Vast staat, dat korfbalvereniging O.E.C. (Onze Eigen Club) werd opgericht op 11 april 1933. O.E.C. is ontstaan uit een kern van turners en turnsters, die deze sport beoefenden bij de plaatselijke turnvereniging U.D. Naast het beoefenen van de turnsport kregen zij de gelegenheid om korfbal te beoefenen. Dit gebeurde toen nog op primitieve wijze, zonder enige kennis van de spelregels. Het animo voor de korfbalsport groeidesterk, zodat er stemmen opgingen om in competitieverband te gaan spelen. Deze plannen werden ten uitvoer gebracht en er werd een korfbalclub opgericht.
Deze vereniging is toen ontstaan uit een intieme kring van familie en kennissen die een eigen club op wilde richten. Het eerste bestuur werd gevormd door de heren W. Dupre (voorzitter), H.van Beek (penningmeester), A. Hazenveld (secretaris) en de dames L. Dupre en N. van Oekel. De grootste moeilijkheid was echter, dat men niet de beschikking had over een speelterrein en materiaal. Door de gemeente Helmond werd een stuk braakliggend terrein ter beschikking gesteld, gelegen achter het T.O.V.-veldje. Om dit terrein bespeelbaar te maken moest er eerst hard worden aangepakt. De dames zowel als de heren moesten na hun gewonde dagtaak 's avonds overschakelen tot zogenaamde DUW-arbeiders om het terrein enigszins bespeelbaar te maken. Daarom was het voor buitenstaanders wel verwonderlijk, dat men ook de dames met de kruiwagens zag lopen. Hieruit bleek, hoe groot het enthousiasme was om zo spoedig mogelijk met de sport te beginnen. Door de oprichters en kennissen werd het materiaal te beschikking gesteld.
De eerste competitie kon worden begonnen met twee twaalftallen, welke uitkwamen in de Brabantse Korfbalbond. Het viel in het begin niet mee. Men kwam tot de conclusie, dat korfbal een combinatiespel was en dat met overleg en tactiek gespeeld moest worden. De tegenstanders van toen hadden respect voor het Helmondse uithoudingsvermogen en voor de zweef- en snoeksprongen,die O.E.C. ten beste gaf, wat in strijd is met de spelregels. Het duurde enige tijd, voor O.E.C. besefte dat in de korfbalsport de techniek en tactiek een voorname rol speelden. Na enige tijd moest wijlen de heer W. Dupre zijn functie als voorzitter neerleggen wegens vertrek naar elders. Toch bleef hij de verrichtingen van O.E.C. met de grootste belangstelling volgen. De heer A. Hazenveld werd toen als voorzitter gekozen, welke functie hij vele jaren vervulde. In 1941 werd voor het eerst met het jeugdwerk begonnen onder wijlen de heer P. Kocken. O.E.C. toonde haar doorzettingsvermogen door als enigste vereniging de estafette aan te durven bij de opening van de Veestraatbrug.
Natuurlijk heeft O.E.C. haar moeilijkheden gekend, vooral in het jaar 1948 dreigde er scheuring te ontstaan maar dankzij wijlen de heer H. Vos en de heer A. Schimmel kwam de vereniging weer in het goede spoor terecht. De heer H. Vos is toen enige tijd waarnemend voorzitter van O.E.C. geweest en vanwege zijn bijzondere inspanningen daarna benoemd als ere-voorzitter. Dat er binnen O.E.C. niet alleen aan korfbal werd gedacht bleek uit het feit dat er binnen de vereniging zelfs een afdeling tennis en atletiek was. Beide afdelingen zijn later zelfstandige verenigingen geworden. Daarna werd wijlen de heer A. Christiaans voorzitter (3 jaar). Onder zijn rustige leiding kwam O.E.C. weer in kalm vaarwater terecht. Na het overlijden van de heer Christiaans werd de heer C. van der Kaap voorzitter (4 jaar). Onder voorzitterschap van de heer van der Kaap werd er grote aandacht besteed aan het jeugdwerk. Doorzijn stuwende kracht werden verschillende geinspireerd om O.E.C. verder uit te bouwen. Wegens vertrek van de heer van der Kaap, omdat elders eenbetrekking als onderwijzer kon krijgen, werd er weer een beroepgedaan op de heer Hazenveld, waartoehij zich bereid verklaarde. Na de heer Hazenveld is de heer W. van de Berg (die nu ruim 60 jaar lidmaatschap heeft) nog tien jaar voorzitter geweest. Door zijn brede kijk op het korfballen in het zuiden kreeg hij diverse O.E.C.-ers zover, om in de bond het jeugdwerk breder aan te pakken. In 1966 werd O.E.C hiervoor beloond als drager van het afdelingsereteken.
Het ledental en spelpeil groeide gestaag en heeft toen uiteindelijk de magische grens van 200 gepaseerd. In de loop der jaren werden verschillende kampioenschappen behaald onder diverse technische leidingen. De laatste drie waren: de heren C. van der Enden, W. van der Lee en de heer A. Hiemstra. Onder laatst vernoemde speelde het vaandelteam op het veld District 1e klasse en in de zaal Overgangsklasse. Na het voorzittersschap van de heer van den Berg is wijlen de heer TH. Koolen vijf jaar voorzitter geweest. De moeilijke tijden heeft hij met bijzondere bekwaamheid doorstaan. Onder voorzitterschap van de heer P. van Hout werd veel aandacht besteed aan het jeugdwerk en aan de korfbalkwaliteit binnen de vereniging. Na de heer van Hout werd wijlen de heer W. van Hoof voorzitter. Onder zijn leiding kwam er meer organisatie binnen de vereniging, waarvan het jaarlijks terugkerende schoolkorfbaltoernooi een goed voorbeeld van was. Ook werdt er speciaal voor de jeugd van O.E.C. ieder jaar een pinksterkamp verzorgd. Met de viering "Helmond 800" haalde hij de interland Nederland- België in Helmond. Dankzij zijn inspanningen kon O.E.C. op 29-08-1981 in een eigen clubhuis betrekken. In 1982 ontving O.E.C. de "Rien Ringeling" erebeker vanwege de goede organisatie en propaganda van Brabants en Limburgs grootste schoolkorfbaltournooi. Trots is O.E.C., op de vele uitnodigingen die in het verleden zijn ontvangen om spelers en speelsters af te vaardigen naar vertegenwoordigende twaalftallen van het K.N.K.V.



